emailadres wachtwoord

Bovenschoolse plusklas 9 3/4

 Bovenschoolse plusklas 9 3/4
(Hoog)begaafde kinderen hebben onderwijs op maat nodig. Dit betekent dat er in de organisatie van de zorg op een school naar de onderwijsbehoefte van deze kinderen wordt gekeken en aan wordt tegemoetgekomen. Zij krijgen verkorte instructies en compacte leerstof.  Zo ontstaat er ruimte voor verrijking (Levelwerk) in de eigen klas. Blijkt dit aanbod niet voldoende te zijn en heeft een leerling meer uitdaging en samenwerking met gelijkgestemden nodig, dan kan aan de hand van een hulpvraag plaatsing in een plusklas een goede oplossing zijn. In een gewone klas heeft een hoogbegaafde leerling vaak weinig ‘ontwikkelingsgelijken’. Terwijl het juist voor deze kinderen belangrijk is om van gedachten te kunnen wisselen met andere slimme leerlingen om zich verder te kunnen ontwikkelen.

Voor regio Zuidlaren van Stichting Baasis is er voor kinderen van obs Schuilingsoord, obs De Schuthoek en odbs de Zuid-Wester een bovenschoolse plusklas met de naam 9 ¾. Deze bovenschoolse plusklas is een bestuursvoorziening van Stichting Baasis. De locatie is obs Schuilingsoord. De naam is afgeleid van perron 9 3⁄4, het onzichtbare perron vanwaar de tovenaarsleerling Harry Potter vertrok naar de Hogeschool voor Hekserij en Hokus Pokus. De naam symboliseert de onzichtbaarheid van veel slimme kinderen in het basisonderwijs. 

In de plusklas wordt een programma aangeboden waarin leren leren, leren denken en leren leven centraal staat. De plusklas is vooral gericht op de aanpak van een opdracht en minder gericht op het resultaat. Een moeilijke som uitrekenen kunnen (hoog)begaafde kinderen namelijk wel. Belangrijker is dat ze inzicht krijgen in hun eigen leerproces. Onderwerpen die niet in het reguliere curriculum aangeboden worden, worden meestal in projectvorm aangeboden. U kunt hierbij denken aan archeologie, architectuur, programmeren, mythologie, filosofie, schaken, onderzoek, optische illusies, e.d.

De kinderen komen volgens een bepaald rooster naar 9 ¾. De ouders zijn verantwoordelijk voor eventueel vervoer.

Voor verdere informatie kunt u de beleidsnotitie ‘Wie mag er naar de bovenschoolse plusklas’ van Stichting Baasis inzien. Mocht u nog vragen hebben, neem dan vooral contact met ons op. 


Extra ondersteuning voor hoogbegaafde kinderen in de bovenschoolse plusklas.
  (versie mei 2019)
 
Een (hoog)begaafde leerling  werkt met een compact lesprogramma en krijgt in eerste instantie in de ‘eigen klas en of op de eigen school’ een aanvullend aanbod aan lesmateriaal. Blijkt dit aanbod niet voldoende te zijn en heeft een leerling meer uitdaging en samenwerking met gelijkgestemden nodig, dan kan aan de hand van een hulpvraag plaatsing in de bovenschoolse plusklas een goede oplossing zijn. In deze plusklas komen leerlingen van verschillende scholen van Stichting Baasis bij elkaar om specifieke vaardigheden aan te leren en/of te vergroten. Zie onderstaand overzicht voor de doelen van de plusklas.
Doelen
Executieve functies
Competenties
21th Century skills
Leren leven
 
 
Zelfstandigheid
 
Responsinhibitie
emotieregulatie
Samenwerkingsvermogen
 
Sociaal culturele vaardigheden
Communicatievermogen en ICT
 
geletterdheid
Leren leren
 
 
Doorzettingsvermogen
 
Volgehouden aandacht
Taakinitiatie
flexibiliteit
Organisatievermogen
 
Werkgeheugen
Planning / prioritisering
Organisatie/timemanagement
Oplossingsvermogen
 
Probleemoplossend vermogen
Leren denken
 
 
Reflectievermogen
 
Metacognitie
Doelgericht gedrag
Onderzoekend vermogen
 
Kritisch denken
Ontwerpend vermogen
 
Creativiteit
Bron: Jan van Nuland

Aanbod in de plusklas
Met ouders en kinderen wordt er gekeken wat het hoogbegaafde kind nodig heeft om tot bloei te komen. De hulpvraag dient als leidraad voor het volgend traject. Hiervoor worden de competenties en executieve functies en de daaraan gekoppelde doelen in kaart gebracht. Dit zijn streefdoelen waar gedurende een langere periode aan gewerkt wordt. Deze doelen zijn streefdoelen, die niet in één les of leeractiviteit gehaald kunnen worden maar waar gedurende alle leerjaren aan gewerkt zal worden. De lessen of leeractiviteiten leveren een bijdrage aan de verdere ontwikkeling van één of een combinatie van deze doelen. De opbouw zit meer in de complexiteit van de inhoud en de activiteiten en in de mate van sturing door de leerling zelf: de leerling wordt steeds meer zelf bewust en vervolgens verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces. De rol van de plusleerkracht is dan ook vooral coachend. De leeractiviteiten zijn zeer divers. Te denken valt aan inhoudelijke projecten, filosoferen, debatteren, presentaties, praktische en creatieve denk- en doe-opdrachten.

Bovenschoolse plusklas in de praktijk
Stichting Baasis heeft momenteel  plusklassen voor de groepen 3 t/m 8. De (hoog)begaafde kleuters krijgen een uitdagende aanbod binnen de eigen school. De leerlingen komen minimaal een dagdeel per week of per twee weken naar de plusklas. De plusklassen zijn geografisch verdeeld en in onderling overleg kan worden bepaald welke locatie het meest geschikt is.
De plusklassen worden voor de verschillende voedingsgebieden op de volgende locaties georganiseerd:
-          Zuidlaren / Zuidlaarderveen: obs Schuilingsoord
-          Haren / Glimmen: obs De Brinkschool, locatie Rummerinkhof
-          Eelde-Paterswolde: De Veenvlinder / De Westerburcht
-          Eelderwolde: obs Ter Borch
-          Vries / Zeijen: obs De Zeijer Hoogte
-          Yde / Tynaarlo: Het Oelebred
 
Organisatie
Hoewel de plusklassen gebruik maken van een lokaal van basisscholen, is de bovenschoolse plusklas een bestuursvoorziening en staat zij “ los “ van deze scholen. In de klassen is plek voor max. 15 kinderen. Ouders zorgen zelf voor het brengen en halen.
Er is regelmatig contact tussen de plusklasleerkracht en de eigen leerkracht. Aan het begin van het schooljaar is er een informatieve avond voor betreffende ouders en leerkrachten. We streven ernaar twee keer per jaar terug te koppelen richting de scholen.
De plusklas wordt geleid door een specialist hoogbegaafdheid, c.q. iemand die hiervoor de opleiding volgt.
 
Plaatsingsprocedure
Als er voor een leerling een hulpvraag is, die niet op de eigen school opgelost kan worden, dan kan de intern begeleider (CPO) deze leerling aanmelden voor de bovenschoolse plusklas. De aanmelding vindt plaats in afstemming met de leerkracht, de specialist hoogbegaafdheid (indien aanwezig) en na toestemming van de ouders.
De leerling moet beschikken over de leer-en persoonlijkheidskenmerken van (hoog)begaafdheid. Een toelatingscommissie van de school bepaalt of een leerling plaatsbaar is of niet. Deze bestaat uit:
- de Intern Begeleider (CPO);
- de plusklas leerkracht/ de specialist hoogbegaafdheid;
- de schooldirecteur.

De toelatingscriteria
  • De leerling dient te voldoen aan meerdere leereigenschappen passend bij (hoog)begaafde leerlingen. Hiervoor maakt de school gebruik van een signaleringsinstrument, zoals het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid of een volledig ingevuld SIDI protocol.
  •  Een IQ test is geen noodzakelijke voorwaarde of garantie voor plaatsing. 
  • De leerling heeft ondanks het aanbod van een gecompact lesprogramma en verrijking in de klas dringend behoefte aan ontmoeting met gelijkgestemden (peers).
  • De leerling vertoont geen storend gedrag. Bij het belemmeren van het eigen leerproces of dat van medeleerlingen in de plusklas kan door de toelatingscommissie worden besloten tot uitstroom uit de plusklas en wordt in overleg met de school en de betreffende ouders naar een passende oplossing gezocht.
  • Door onderpresteren van de leerling kan een leerachterstand zijn ontstaan op één of meerdere leergebieden. Dit kan een criterium zijn voor toelating. 
  • De toelatingscommissie kan om een nader onderzoek en/of observatie van de leerling vragen. Bij een onduidelijk beeld kan een IQ-test worden afgenomen of door de ouders worden geregeld bij een erkend instituut. Op grond van de verstrekte gegevens beslist de plaatsingscommissie over toelating. 
Uitstroom
Voor de toegelaten leerlingen geldt een (proef) periode van een half jaar met de mogelijkheid tot verlenging van een half jaar. Mogelijke uitstroommomenten zijn 1 januari en 1 juni.
Een voorstel tot uitstroom wordt door de plusklasleerkrachten met de leerkracht en IB-er/CPO’er van de betreffende school en met de ouders overlegd.
Mochten ouders of de leerkracht deelname aan de bovenschoolse plusklas van een leerling willen beëindigen, dan gaat daar altijd een gesprek met ouders, intern begeleider/CPO’er, leerkracht en leerkracht bovenschoolse plusklas aan vooraf. Beëindiging betekent dat de school verantwoordelijk is voor een passend onderwijsaanbod voor de leerling. Hierbij wordt echter wel rekening gehouden met wat realiseerbaar is binnen de organisatie van de school. Zie hiervoor het School-ondersteuningsprofiel  (SOP) van de betreffende school.
 
 
Voor meer informatie wordt verwezen naar onderstaande bijlagen:
 Bijlage 1. Leren leren, leren denken, leren leven
 Bijlage 2. Model van Talent Ontwikkeling
 Bijlage 3. Gespreksposters SLO

 
Bijlage 1. Leren leren, leren denken, leren leven
Het aanbod in de plusklassen is gekoppeld aan leren leren, leren denken en leren leven, zoals hieronder door het SLO is beschreven.
Bij het LEREN LEREN gaat het om het ontwikkelen van inzichten en vaardigheden die wezenlijk zijn voor het verwerven en toepassen van kennis. In dat proces zijn taakgerichtheid, doorzettingsvermogen en motivatie (kortom een goede werkhouding) van groot belang. In feite draait het hier om een drang tot permanent verder willen leren en ook plezier beleven aan het leren van nieuwe dingen. Daarbij is het uiteraard belangrijk dat je leerdoelen voor jezelf kunt formuleren en in staat bent een goede werkverdeling te maken in de tijd (kunt werken volgens plan) maar ook dat je in staat bent verschillende leerstrategieën (manieren van leren) in te zetten om informatie te verwerven en op te slaan, zodat later getoond kan worden wat geleerd is. Ook het kunnen reflecteren op het eigen leergedrag is van wezenlijk belang, want er valt zo ontzettend veel te leren, ook (of juist) als het niet helemaal zo gegaan is als je had verwacht.
 
Bron:
https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/doelen-verrijkend-onderwijs/leren-leren
 
 
 
Bij het LEREN DENKEN gaat het om het ontwikkelen van en reflecteren op hogere denkvaardigheden. Hierbij gaat het om verschillende typen hogere denkvaardigheden, zoals het analytisch denken (waarbij het onder andere draait om het bepalen van de verhoudingen van verschillende delen ten opzichte van elkaar of ten opzichte van het grotere geheel), het creatief denken (waarbij het flexibel kunnen inspelen op nieuwe omstandigheden vraagt om een grote vindingrijkheid bij het ontdekken van nieuwe problemen en het oplossen ervan) en het kritisch denken (waarbij het onder andere gaat om het controleren van veronderstellingen en informatie, het vormen van een mening, het kunnen onderbouwen van die mening met argumenten en het kiezen van de meest geschikte oplossing).

Bron:
https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/doelen-verrijkend-onderwijs/leren-denken
 

Bij het LEREN (VOOR HET) LEVEN gaat het om het ontwikkelen van kennis, houding en vaardigheden op het intrapersoonlijke en interpersoonlijke gebied. Inzicht in jezelf vormt de basis voor het leren (voor het) leven. Een positief zelfconcept, weten wat je sterke en minder sterke kanten zijn en daar op een goede manier mee om kunnen gaan (door bijvoorbeeld gepaste doelen te stellen, opbouwende kritiek en de consequenties van je keuzes te accepteren) zijn voorwaarden om jezelf in de tijd te kunnen blijven ontwikkelen. Daarnaast leidt een beter inzicht in jezelf tot een betere communicatie en meer bevredigende relaties met anderen. Goed kunnen omgaan met anderen betekent namelijk niet alleen dat je kunt leren van en met anderen, maar vooral ook dat je beseft welke rol je daar zelf in vervult en op welke manier het mogelijk is jezelf te blijven en dat te doen wat bij je past.

Bron:
https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/doelen-verrijkend-onderwijs/leren-voor-het-leven
 
Bijlage 2. Model van Talent Ontwikkeling
Bij het (verder) ontwikkelen van de executieve functies maken we gebruik van het Model van Talent Ontwikkeling uit de methode ‘De kracht in jezelf’ van Jan Kuipers, zoals hieronder te zien is. Dit model maakt inzichtelijk dat factoren in jezelf en buiten jezelf nodig zijn om tot ontwikkeling te komen. De kinderen stellen samen met de ouders en de leerkracht(en) persoonlijke doelen op en kijken samen hoe deze doelen te bereiken zijn.
 
Bron:
https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/doelen-verrijkend-onderwijs/leren-voor-het-leven
 
Bijlage 2. Model van Talent Ontwikkeling
Bij het (verder) ontwikkelen van de executieve functies maken we gebruik van het Model van Talent Ontwikkeling uit de methode ‘De kracht in jezelf’ van Jan Kuipers, zoals hieronder te zien is. Dit model maakt inzichtelijk dat factoren in jezelf en buiten jezelf nodig zijn om tot ontwikkeling te komen. De kinderen stellen samen met de ouders en de leerkracht(en) persoonlijke doelen op en kijken samen hoe deze doelen te bereiken zijn.
  
Bron:
https://www.eduforce.nl/de-kracht-in-jezelf-517300.html
 
 
Bijlage 3. Gespreksposters SLO
De acht gespreksposters van het SLO zijn een hulpmiddel om met leerlingen in gesprek te gaan over talentontwikkeling en om meer zelfinzicht te ontwikkelen. Zie hieronder voor twee voorbeelden.

Bron:
https://talentstimuleren.nl/thema/stimulerend-signaleren/hulpmiddel?tag=gespreksplaat